Wanneer u een plantje gekocht hebt wilt u daaraan natuurlijk veel plezier beleven. Dat kan heel goed, maar dan moet u wel enkele regels in acht nemen. U moet er echter steeds aan denken dat een Fuchsia veel water nodig heeft, regelmatig bijgemest dient te worden en een goede standplaats krijgt. Dan zal uw plant tot er nachtvorst komt, uitbundig bloeien. Voor betere instructies gaan we wat dieper in op die goede verzorging. De standplaats. 

Ik denk dat u een plantje hebt gekocht dat niet buiten kan blijven in de winter. Er zijn zogenaamde hal-winterharde soorten die wel in de grond buiten kunnen blijven. Alle bovengrondse delen sterven bij een flinke nachtvorst af maar in het voorjaar lopen ze toch weer, vanuit de grond uit. Het door u gekochte plantje verkiest een plekje dat ochtendzon of avondzon of half schaduw verkiest boven felle middagzon. Volle zon dus zoveel mogelijk vermijden! Oranje gekleurde bloemen kunnen meestal meer zon verdragen dan de andere. Witte bloemen worden met te veel zon meestal roze. Bij voorkeur zetten we de planten in de tuin of op een balkon, aan een pergola enz. Willen we de plant in huis houden geef dan een lichte, frisse plaats maar uit de zon. Water geven. 

De Fuchsia houdt dus van water. Dat betekent ongeveer dat ze elke dag water moeten hebben. Bij regen controleren of de grond in de pot wel water heeft gekregen. Bij dichte, bossige planten blijft de grond in de pot droog! 

Potten. 
Is de pot ten opzichte van de plant te klein dan dient een grotere pot gegeven te worden. In dat geval is de potkluit geheel doorworteld. Komen de planten op een balkon of terras te staan dan bij voorkeur plastic potten nemen. Met plastic potten verliest de grond in de pot minder water dan met stenen potten. In de tuin kunnen we de planten met pot ingraven, wat 
gemakkelijk is bij het opnemen van de planten in de herfst. Maar we kunnen de planten ook uit de pot in de grond planten. Dit heeft het voordeel dat ze minder snellast van droogte krijgen. 

Potgrond. 
Voor potgrond nemen we de potgrond die in elke bloemenwinkel en tuincentrum te verkrijgen is. Deze bestaat uit veengrond met wat zand en meststoffen. Aangezien fuchsia's veel mest verlangen voegen we aan deze grond nog wat gedroogde koemest of verse koemest toe. 
Bijvoorbeeld één deel mest bij tien delen grond. Het geheel wel goed mengen. Bloembakken enz. worden met deze grond gevuld en de planten worden hierin zonder pot geplant. 

Bijmesten. 
Elke week gieten we eenmaal met een oplossing van kunstmest, zoals op de verpakking van die meststof aangegeven is. Zo af en toe eens veranderen van merk is wel goed, omdat. de samenstelling anders is. "Verandering van spijs doet eten". Ook af en toe wat koemest geven is aan te bevelen. 

Winterberging 
De niet winterharde soorten kunnen overwinteren in: 

a. een kas of vorstvrije plaats in huis, kelder, zolder of garage; licht is niet nodig. Pas er voor op dat de planten niet te veel uitdrogen; daarom bijvoorbeeld eenmaal per week water geven. Kroonboompjes geven we iets meer water; de grond moet hier iets vochtig blijven. Pas echter op voor te veel water! Vooral bij kroonboompjes af en toe even door de kroontjes broezen: Mesten gedurende de winter is niet nodig. 

b. een kuil: we graven een kuil van zo'n 60 centimeter diep. We moeten echter zorgen dat we ook bij hoge waterstand boven het grondwater blijven. We kloppen de planten uit de pot, snoeien de takken terug, halen het blad er af en de grond wordt van de wortels geschud. We leggen de planten dakpansgewijs op een dikke laag turfmolm in de kuil. We kunnen drie lagen op elkaar leggen en schudden turfmolm tussen de planten. Leg enige planken of palen over de kuil, daarover leggen we gaas en plastic. Hierop brengen we een laag turfmolm of bladeren en daarover zand aan. Bij zware vorst kan een extra dek hierover aangebracht worden. 

c. op de grond opkuilen: Net als bij b, maar nu niet in de grond maar op de grond; dit voorkomt dus dat bij hoog water onze planten in het water komen te liggen en tengevolge daarvan kapot gaan. 

d. in een kist met turfmolm op balkon of schuur. De wanden en de bodem kan men beter vorstvrij maken met dikke platen schuimplastic. 

Werkzaamheden in het voorjaar . 
Haal vanaf eind maart de planten weer te voorschijn en zet ze in het licht. Plant ze op in schone potten in nieuwe grond. Als ze gaan uitlopen moeten ze flink ingesnoeid worden. Elke tak wordt zo ongeveer voor tweederde deel weggeknipt~. Gebroken takken worden evenals takken die dwars door de plant heen groeien, weggenomen. De groeiende scheuten worden één of twee keer 
getopt (}m een beter gevulde plant te krijgen. Bescherm de groeiende planten tegen nachtvorst door er dan plastic of een ander scherm over te spannen. Wanneer we verrukt zijn over de geweldige pracht van onze planten komen we in de verleiding stekken te maken. Welnu dat is niet zo'n probleem! Zolang we goed groeiende scheuten hebben kan dat gemakkelijk. Bij voorkeur 
nemen we niet verhouten eindscheuten van zo'n 6 cm lang. Aan de onderkant wordt deze met een scherp mesje vlak onder een bladpaar afgesneden. De beide onderste blaadjes worden verwijderd. Het stekje wordt in een mengsel van turfmolm en scherp zand gezet. Op een warm plekje uit de zon maar wel in het licht. Een plastic zakje over de pot met stek. En als alles goed gaat zitten na drie weken voldoende wortels aan de stek om hem in een pot met potgrond te zetten. Potgrond als bij 4 omschreven. Van stek tot struik. 
Om een mooie volle struik te krijgen nijpen we het topje er uit zodra het stekje 2 a 3 bladparen heeft. Er ontstaan dan twee scheutjes die we na enige tijd weer kunnen nijpen. (ook na 2 a 3 bladparen). Mogelijk moeten we nog een keer nijpen om een goede struik te krijgen. 

Van stek tot kroonboompje. 
Voor het kweken van een boompje gebruiken we bij voorkeur een stevig groeiende soort. Naast de gewortelde stek zetten we een stokje om de groeiende scheut regelmatig hieraan vast te binden. Niet te strak, want het stammetje wordt steeds dikker! Het 
stekje niet toppen maar steeds door laten groeien. Is de stek 15 a 20 cm hoog, dan een grotere pot geven. Geen bladeren van het stammetje verwijderen. Zonodig een langere stok geven. Zodra de plant de verlangde hoogte heeft bereikt, de top er uithalen. 
Van de zijscheuten die er dan ontstaan de drie of vier bovenste laten staan, de andere aan het stammetje, wegnemen. De . bladeren aan het stammetje vallen wel af. Denk er aan dat de bandjes waarmee het stammetje aan de stok gebonden is niet gaan knellen. Mest regelmatig en verpot op tijd. Opgelet. 
Niet verhoute planten kunnen niet in een kuil of in het donker overwinteren! Deze moeten in een kas of kamer overwinteren (vorstvrij). 

"De Fuchsia is fascinerend, betoverend, stralend en raadselachtig. Heeft veel bloemvormen, kleuren en kleurencombinaties; er zijn hangers, klimmers, struiken en stammen. Ze vraagt zo weinig en geeft zo veel".

tekst: Kees Spek

Copyright 2002 kwekerij C.Spek